Onderwijs dat past

Het komt voor dat een leerling de leerstof niet goed opgenomen heeft en/of dat het tempo te hoog ligt. Ook kan het voorkomen dat de leerstof te gemakkelijk is en/of het tempo te laag ligt. Sommige leerlingen hebben juist weer hulp nodig bij sociaal-emotionele vaardigheden. De leermogelijkheden en kwaliteiten van alle leerlingen zijn immers verschillend. Dat betekent dat een leerkracht goed moet kunnen omgaan met de verschillen in de groep. Hierover zijn de leerkrachten continu met elkaar in gesprek. “Onderwijs dat past” is iets wat zich steeds verder ontwikkelt op onze school. Als een kind extra hulp nodig heeft of zich juist meer wil ontwikkelen dan de groep, wordt een vast stappenpatroon gevolgd voor het bepalen en bieden van extra hulp. In eerste instantie brengt de groepsleerkracht in kaart wat de volgende stap voor het kind in de ontwikkeling is en wat het kind nodig heeft om daar te komen. Dit gebeurt in overleg met de ouders. De extra hulp wordt in de groep door de eigen leerkracht gegeven. Indien deze hulp niet voldoende blijkt, zal de leerkracht de intern begeleider inschakelen om mee te kijken. Indien nodig wordt er hulp ingeroepen van een externe deskundige. Ze reflecteren dan op het handelen van de leerkracht, wisselen ideeën uit en geven feedback aan elkaar. Als een kind zich op eigen niveau ontwikkelt en niet op groepsniveau, kan het noodzakelijk zijn deze afspraken vast te leggen in een ontwikkelingsperspectief (OPP). Dit OPP is onderdeel van het HGPD groeidocument. Het wordt besproken met ouders.

 

1. leerkracht

De leerkracht signaleert dat het kind behoefte heeft aan voor- of verlengde instructie en kleine aanpassingen in het standaard aanbod. De leerkracht biedt deze extra zorg zelf in de groep. Dit gaat in overleg met de ouders.

2. collega

De leerkracht vraagt hulp / advies aan collega's. De leerkracht legt dit vast in het leerling-dossier (Esis) en bespreekt dit met ouders.

3. Interne begeleiding

Er is meer extra ondersteuning nodig dan de leerkracht kan bieden. De leerkracht gaat in overleg met de intern begeleider. 

Als een kind zich op eigen niveau ontwikkelt en niet op groepsniveau kan het noodzakelijk zijn deze afspraken vast te leggen in een ontwikkelingsperspectief. De taal/lees- of rekencoördinatoren kunnen ingezet worden om de leerkracht te ondersteunen. Indien nodig en mogelijk kan de onderwijsassistent van school ingezet worden.

4. externe

Er is meer expertise nodig. De orthopedagoog die verbonden is aan de school wordt betrokken. Er kan ambulante begeleiding van KPO ingezet worden en/of externe partijen kunnen ingeschakeld worden.

Als de problemen verder gaan dan alleen het onderwijs, dan wordt het kind en/of het gezin besproken met een Jeugdprofessional. 

5. directie

Soms zijn we niet in staat om een leerling verder te helpen. In dit geval wordt de leerling, in overleg met de ouders, aangemeld en mogelijk geplaatst op een speciale school voor basisonderwijs.